Eerder verscheen van mij een artikel waarin ik pleitte voor een rigoureuze bezinning op de werkgelegenheid door het kabinet. Niet om de cijfers voor volgend jaar wat op te krikken, hoe nodig ook, maar ter wille van een beleid op de middellange tot lange termijn. Veel zaken die niet lekker zitten worden geëtiketteerd als gevolgen van de financiële crisis sinds 2008, maar in werkelijkheid is er sprake van een zorgelijke samenloop van crisisfactoren en structurele langetermijnontwikkelingen.

Helft zoekt werk

Er zijn veel meer mensen die willen werken en dat ook uit verdienstendwang moeten dan er banen zijn. Nederland telt naar fte-plaatsen van tussen 35- en 40 uur omgerekend circa 5 miljoen banen en in totaal 10 miljoen volwassenen die voor werk inzetbaar zijn. Die zoeken niet per se allemaal werk, maar als de helft van die meerdere 5 miljoen wel werk zoekt of wil hebben dan zijn er schrikbarend veel meer werklozen dan die 600.000 die nu in de zgn. officiële cijfers naar voren komen. CommBat maakt zich sterk voor studenten Communicatie, specifiek tijdens hun opleidingsperiode. Afgezien van mogelijke versterking of verbetering van het inhoudelijke onderwijs door een zo gerichte mogelijke aansluiting van onderwijs bij de praktijksituatie, geldt natuurlijk ook dat de beschikbaarheid van banen een onderdeel is van die werkpraktijk. Er komen veel meer studenten jaarlijks van de opleidingen, met name de Hbo’s, dan er werkaanbod is. Het standpunt van CommBat is, dat studenten niet alleen optimaal dienen weten waar zij aan beginnen, maar ook wat de perspectieven zijn.

Onderschatting

Wat dit laatste betreft wordt dan het uitzicht op de wat langere termijn van belang. In het NRC van 28 maart waarschuwt prof. dr. WiemerSalverda (hoogleraar Arbeidsmarkt en Ongelijkheid) tegen een onderschatting van de realiteit. De titel boven zijn artikel meldt het vertrekpunt van zijn betoog: ‘De jeugdwerkloosheid is veel hoger dan zij lijkt.’ Salverda wijst erop dat de werkloosheid onder jongeren 11 procent zou zijn. Maar meer dan een half miljoen jongeren werken minder dan twaalf uur en driekwart van alle werkende jongeren heeft een deeltijdbaan. De versplintering gecorrigeerd levert een werkloosheid op van 37 procent. Nog één citaat: ‘Slechts 15% van alle Nederlandse jongeren tussen de 18 en 24 jaar is dan ook economisch zelfstandig.’

Dubbel lastig

In algemene zin doen de cijfers voor afgestudeerden hogere beroepsopleiding hier niet voor onder. De studie-aantallen versus de vacatures in het communicatiedomein dienen bij aanvang van de opleiding duidelijk voor ogen te staan. In andere beroepssectoren kan de verhouding immers gunstiger liggen met een hogere kans op een redelijke baan. Dit prangt des te meer, omdat juist ook door de huidige situatie op de arbeidsmarkt baanzoekers met een andere opleiding solliciteren op communicatievacatures. Ik noem journalisten, sociologen, historici, it-ers, taalkundigen. Dat was altijd al zo, maar die concurrentie neemt toe. Hierbij doet zich het nadelige feit voor, dat jongeren met zo’n ander diploma een grotere kans van slagen hebben op de voor hun ‘vreemde’ communicatiemarkt dan communicatief geschoolden in de domeinen van historici, vreemde talenkenners of sociologie. Het is zo zijnde dubbel lastig. En de derde frons valt toe aan het gegeven dat op menige plek reorganisaties leiden tot extra beschikbaarheid van mediors en seniors in het communicatievak. Minder vaste banen leiden tot meer zzp-werkers en dan is het voor communicatieve nieuwkomers nog niet gemakkelijk precies aan te geven wat zij kunnen in relatie tot de vraag op de markt. De breedte van het vakgebied met uiteenlopende specialismen en ervaringsvereisten houdt een extra handicap in.

Niet eenvoudig

Het is allesbehalve eenvoudig om te zien hoe hier op termijn een omslag kan worden bewerkstelligd, die in ieder geval de structurele kant van het vraagstuk oplost. Eén gegeven staat als een paal boven water. Hoe beter de communicatieopleiding is toegesneden op de praktijk, des te duidelijker kan een afgestudeerde zijn waarde en inzetbaarheid op tafel leggen. Ook dit is een onderwerp waaraan CommBat een bijdrage wil leveren. Want ongeacht de wat laaghangende bewolking dragen de CommBattanten het communicatievak een warm hart toe en zetten zich in voor een zonnige toekomst.

Bron: CommTop.nl

Ben Warner

(1946) is voorzitter van het bestuur van Stichting CommBat. Hij was 40 jaar stafhoofd Communicatie bij HBG, Gasunie en GasTerra. Warner was 10 jaar interim-bekleder bijzondere leerstoel Strategische Communicatie UvA en voorzitter Communicatie Contactgroep VNO-NCW. Schrijver van vier boeken over Communicatie: Verbonden Ietsigheid (2012); De zachte diamant (essays) (2012);Communicatie, een allemanszaak tussen strategie en gelegenheidsdenken (2013), Communicatie, wat een vak! (2014)

Board member: Groninger Art Council, UAF, Oerol Festival Terschelling, member Advisory Council Foundation Groninger Kerken.

Onderscheidingen (communicatieactiviteiten)

  • 2009: Ridder in de orde van Oranje Nassau;
  • Erepenning van de stad Groningen;
  • 2008 – Rus Prix Award vanwege bevordering goede betrekkingen Rusland-Nederland.

LinkedIn profiel Ben Warner