door Jaap Cleutjens

Suboptimale overheidsoplossingen en oneigenlijke sytematiek

In de aflopende kabinetsperiode is de Wet Werk & Zekerheid ingevoerd, het UWV tot bezuinigingen gedwongen en is het sociaal beleid met betrekking tot de werkloosheid naar de gemeenten gedecentraliseerd.

De arbeidsmarkt

Economische gezien kenmerkt de arbeidsmarkt zich door twee primaire partijen: de werkgevers en de werknemers, waarbij de werkgevers het primaat hebben. Zij creëren immers werk en dus werkgelegenheid. Het is een bi-directionele, diffuse markt waarin van nature een informatiegebrek heerst. Bi-directioneel omdat beide partijen zowel aanbieder als afnemer zijn (vacatures en werk versus kennis, vaardigheden, inzet e.d.). Een natuurlijk informatiebrek omdat de markt uitsluitend verschillende aanbieders en afnemers van verschillende vorm kent die elkaar onvoldoende kennen. Het betreft hier geen standaard producten of diensten, want iedere werkgever en iedere werkzoekende is immers uniek. Om tot een overeenkomst te komen moet men elkaar eerst vinden, leren kennen en er moet bij voorkeur ook een 'klik' zijn.

Economische gezien is het de rol van de overheid om in te grijpen in een imperfecte markt, maar alleen in dat geval en alleen om die imperfectie (het informatiegebrek) op te heffen. Traditioneel gezien greep de overheid al eerder in de arbeidsmarkt in door bijvoorbeeld de oprichting van het Arbeidsbureau met haar kaartenbakken en bemiddelaars. Dit werd opgevolgd door het UWV dat het informatiegebrek in de markt trachtte op te heffen door haar diensten te digitaliseren en alle werkzoekenden en vacatures van Nederland digitaal met elkaar te matchen. Door zelf als digitale makelaar de markt op te gaan creëerde het UWV een van de grootste digitale mega blunders van de overheid. De allergrootste blunder heeft dit kabinet echter gemaakt door op geheel een andere wijze in de markt in te grijpen:

Decentralisatie van sociaal beleid is oneigenlijk ingrijpen in de imperfecte arbeidsmarkt

Ons sociaal stelsel is gebaseerd op werk en premies die afgedragen worden. Door het decentraliseren van het sociaal beleid ten aanzien van werkgelegenheid naar gemeenten te delegeren heeft het kabinet onterecht in de markt gegrepen. Gemeenten zijn nu feitelijk zelf, mede via hun sociale diensten en intermediairs marktpartij geworden! En in de meeste gevallen wel een heel actieve marktpartij! Hoe zit dit? Gemeenten moeten bezuinigen op bijstandsuitkeringen eenvoudigweg omdat de meeste gemeenten onvoldoende geld hebben om die uitkeringen te betalen. Het gevolg is dat gemeenten daarom niet alleen extra kien zijn op fraude, maar ze hebben ook een nieuw 'verdienmodel' ontdekt (of ontwikkeld). In dat model sociale diensten van gemeenten actief exclusieve pacts met enkele grotere marktpartijen die vooral gericht zijn op het aanbieden van laagwaardig werk, zoals grote schoonmaak -, en groenbedrijven. Op dat gebied is er werk genoeg en vacatures voor laagwaardig werk blijken moeilijk ingevuld te worden. Op deze werkzaamheden kunnen echter ook hoger opgeleiden op ingezet worden!

Middels hun sociale diensten vormen deze gemeenten, samen met deze marktpartijen samenwerkingsverbanden. In dit spel bieden gemeenten mensen met een bijstandsuitkering via de deelnemende middenpartijen aan werkgevers aan. Aanvankelijk met behoud van uitkering en vervolgens met loonsubsidie en ook nog met premies naarmate ze langer in dienst blijven. Deze bedrijven leveren veelal diensten aan diezelfde gemeenten op het gebied van schoonmaak en plantsoenendienst. Zo sparen gemeenten niet alleen aanzienlijk op de uitkeringen, maar, door deze diensten goedkoop in te huren, geven zij zichzelf ook nog eens een subsidie-sigaar uit de door hen beheerde subsidie-doos. De pacts die de gemeenten sluiten met marktpartijen ontvangen in meerdere gevallen zelfs Europese subsidies om mensen 'aan het werk te helpen'.

Geen keuzevrijheid voor uitkeringsgerechtigde werkzoekenden

Mensen met een bijstandsuitkering leven op kosten van de gemeente. Onder dreiging van werkweigering en korting op de bijstandsuitkering hebben de mensen met een bijstandsuitkering niks te willen. Zij moeten alle werk aanvaarden om hun 'schuld' aan de gemeente te voldoen. Omdat deze mensen volledig afhankelijk zijn gemaakt komt het voor dat bv. een ex-directeur van een grote gloeilampenfabriek uit het zuiden des lands met een rijke, internationale ervaring, nu enveloppen zit te plakken in een werkplaats. Deze verplichte tewerkstelling, de volledige afhankelijkheid en de vaak niet aan de persoon aangepaste werksoort verhinderen dat zij zelf hun situatie kunnen verbeteren. Er wordt zelfs ook een wissel getrokken op mogelijke toekomstige schuld. Mij bereiken verhalen van mensen die vanuit een bijstandsuitkering een baan vinden om vervolgens te ontdekken dat de Sociale Dienst van hun gemeente, buiten hen om (!), de werkgever heeft benadert en de werknemer met behoud van uitkering en vervolgens met loonsubsidie en 'blijfpremies' aanbiedt. De werknemer die, vanwege het negatieve imago, bij zijn nieuwe werkgever niet kenbaar wil maken dat hij vanuit een bijstandsuitkering solliciteert, heeft niets hierin te vertellen. Nee, de Sociale Dienst van de gemeente bepaalt dit omdat de werkzoekende bij het niet doorstaan van de proefperiode mogelijk weer van voor af aan door de ambtelijke molen moet en in moeilijkheden komt omdat er een maand wachttijd geldt! Het argument van 'bescherming' van de uitkeringsgerechtigde is niet alleen een gesublimeerde paternalistische handelswijze, maar vooral ook een circulaire logica om volledige afhankelijkheid te creëren; creëer eerst een beperkt risico (maand wachttijd) en zeg vervolgens dat de uitkeringsgerechtigde zijn uitkering volledig kan verliezen wanneer hij bereid is dit risico te lopen! Het lijkt zelfs een vorm van schuldslavernij. Schuldslavernij is een situatie waarin mensen door omstandigheden voor hun levensonderhoud volledig afhankelijk zijn geworden van anderen al dan niet als keuze in nood, vaak totdat zij een bepaalde schuld hebben afbetaald. Uitkeringsgerechtigden moeten werken om deze 'schuld' aan de gemeente in te lossen, maar blijven gevangen zitten in hun afhankelijkheidssituatie. Netto is dit een schoolvoorbeeld van een maatschappelijk suboptimale 'oplossing': afname van de arbeidswaarde en vernietiging van menselijk kapitaal door hoogopgeleiden in te zetten op laagwaardig werk en hen kansen te ontnemen tot het zelf creëren van hoogwaardig werk.

Oneigenlijk overheidsgedrag, marktverstoring en concurrentievervalsing

Hoe zit het nu met de overheid die uitsluitend in de markt mag ingrijpen indien er sprake is van een informatiegebrek? Gemeenten maken tenslotte ook deel uit van de overheid! Betreft het hier niet oneigenlijk overheidsgedrag? Zijn het niet de gemeentes zelf, dan zijn het toch wel hun exclusieve partners die garen spinnen met het in stand houden van dit gesubsidieerde systeem. Het in opdracht van sociale diensten van gemeenten kunnen uitvoeren van gesubsidieerde plaatsingen (met behoud van uitkering, blijf-premies e.d.) is duidelijk een vorm van marktverstoring en concurrentievervalsing ten opzichte van andere intermediairs en arbeidsmarktprofessionals.

Oneigenlijke concurrentie onder werkzoekenden

Een ander gevolg van dit overheidsbeleid is dat andere werkzoekenden, zoals mensen in een outplacement traject, mensen met een WW-uitkering, mensen die van baan willen wisselen, ZZP'ers en NUG'gers (niet-uitkeringsgerechtigden = werkzoekenden zonder uitkering) oneerlijke concurrentie ondervinden van werkzoekenden met een bijstandsuitkering! En last, but not least, is er een grote groep Wajongers (Jong Gehandicapten) en NUG'gers die hierdoor niet meer aan de bak komen, zelfs niet voor laagwaardig werk! Het betreft hier dus een verdeel en heers politiek!

Conclusie

Met de invoering van de wet Werk & Zekerheid heeft de overheid zeker geen werk en nog veel minder zekerheid gecreëert. Integendeel! Het lijkt eerder een wet van 'Geen Werk & Zekerheid! De nationale overheid heeft door de decentralisatie van het sociale beleid inzake werkloosheid een verstoring van de markt veroorzaakt. Het ingezette beleid is in hoge mate suboptimaal.

Het is echter vooral een pervers beleid! Het is de vraag of deze concurrentiebeperkende handelspraktijken door de NMA en de Europese mededingingsautoriteit zijn toegestaan en of de Nederlandse overheid hier een groot risico loopt.

Naast dit alles is het arbeidsmarktbeleid van de overheid een bureacratische jungle vol contradicties geworden waarin bijna niemand meer de weg vindt en waarin het recht van de sterkste heerst. Men kan dit nauwelijks nog als rechtvaardig sociaal beleid verkopen. Tijd voor hervorming van deze wet tot een eenvoudig vehikel dat wel werkt!

Jaap Cleutjens

Jaap Cleutjens MBA is Coördinator van Wekr

Zingeving is voor mij bijdragen aan sociaaleconomische en sociaal-maatschappelijke ontwikkeling mijn omgeving.

Mijn humanitaire achtergrond is gevormd in de jeugdzorg, ontwikkelingssamenwerking en noodhulp. Met name in die laatste situaties ben ik geconfronteerd met veel existentiële en complexe problemen. Door het teruggrijpen op de essentie van zaken, door samenwerking en door het bewerkstelligen van wederkerige hulp kunnen problemen vaak simpel opgelost worden. In een ongestructureerde situtaie blijkt dit vaak beter te lukken dan in een gestructureerde situatie. Daarom is soms een beprekte crisis en vruchtbare chaos nodig om tot verandering te komen.

Mijn busines achtergrond is gevormd als internationaal medewerker en manager in de kinderopvang, marketeer en business coach met de specialisaties strategie, innovatie, groei en samenwerking. Organisaties bestaan ook uit mensen met overtuigingen, een set van afspraken en bepaald gedrag. Ook hier wordt succes gecreëerd door het ontdooien van bestaande structuren en het bewerkstelligen van wederkerigheid en samenwerking.

Op dit punt in mijn leven komen deze zaken samen.