door Hedzer Kooistra

.

Hoe krijg je die werkgever zover dat hij overgaat tot die actie die jij wil bereiken…..dat hij jou aanneemt…? Eigenlijk moet je de Attention-Interest-Desire-Action riedel, van achter naar voren langs lopen. Je wil dus het verlangen oproepen om juist jou aan te nemen en zult dus eerst de interesse moeten kweken. Interesse kweken? Dat heb je al zo vaak gedaan in je motivatiebrieven en in je op functies-toegesneden-cv’s. Dat moet je intussen wel lukken. Hoewel het natuurlijk een kunst blijft om de taal van de leden van de sollicitatiecommissie te spreken, wil ik daar nu even niet op ingaan.

Als je interesse wil kunnen wekken met een motivatiebrief, moet je brief wel gelezen worden. Als er honderd sollicitanten zijn, hoe zorg je dan dat juist jouw brief de aandacht (Attention) trekt? Aandacht is het meest schaarse goed in tijden van overdaad aan informatie.

Ik heb wat gewaagde ideetjes. Wat als je een openingszin gebruikt, die echt dwingt om door te lezen? Wat als je speelt met het vooroordeel dat tegen je lijkt te werken, als 50-plusser, Marokkaan, Surinamer, recent afgestudeerde zonder ervaring, Antilliaan of vrouw? Want, de aanval is de beste verdediging, leert een Hollandse wijsheid. Die wijsheid heb ik als witte Surinamer ook altijd toegepast. Op de technische middelbare school in Paramaribo werd het "scheldwoord" voor blanken, mijn bijnaam. Ja, ik ben een boeroe en ik word rood als ik het warm heb. Er werkt niets ontwapenender dan grappen maken over je eigen etniciteit. Dat is ook waarom 'Raymann is laat' zo populair is. En waarom zou je dat principe niet gewoon toepassen bij het solliciteren?

Als Marokkaan zou je deze kunnen kiezen: “Ik ben een Marokkaan, maar ik durf niet te stelen, daarom solliciteer ik maar bij u”. Of als Surinamer: “Ik wil ook in een BMW rijden, maar ik durf ‘m niet te stelen en van een uitkering kan ik ‘m niet kopen….daarom…”. Of als Antilliaan: “Mijn hele familie hangt op de bank, voor mij is er geen plek meer, dus wil ik bij u op de bank komen hangen”. Of als 50-plusser: “Als ik 70 was zou ik dit werk nog willen doen….U kunt me dus nog 20 jaar inzetten”. Als vrouw: “Tussen het kinderen naar school brengen, opvang regelen als ze ziek zijn, Oma ophalen om op te passen, boterhammen smeren voor mijn man en rijden voor zwemlessen, heeft deze bezige bij nog wat ruimte om voor u te werken”. Of gewoon: “Moet ik nu echt een brief schrijven? Wat vervelend zeg! U weet toch al dat u mij moet uitnodigen”.

Zou je het durven? Het kan natuurlijk ook precies verkeerd vallen. De persoon die de eerste selectie doet zal geen gevoel voor humor hebben, dan ligt je brief toch op de verkeerde stapel. Zo heb ik een keer een alternatieve brief gestuurd naar een gemeente. In plaats van de standaard opmaak waarin je aangeeft waar je de vacature gevonden hebt, waarom je bij die werkgever wil werken, waarom deze baan je geweldig lijkt en waarom jij de beste kandidaat bent, koos ik voor een verhaalvorm. Het was een heel gedoe om de redactie van mijn brief precies goed te krijgen. Ik had werkelijk alle onderdelen uit de functieomschrijving terug laten komen door mijn carrière als een verhaal te vertellen.

Oh wacht…. ik stelde de vraag: “Zou je het durven” en laat dan zien wat er mis kan gaan. Misschien moet ik deze blog gewoon afsluiten met deze vraag. Zou jij het wagen om de aandacht te trekken met een “gevaarlijke” openingszin?

Hedzer Kooistra mijmert over de arbeidsmarkt

Gekwalificeerde mensen die op het ene moment nog een baan op hun niveau hadden, voelen zich als werkzoekende vaak totaal niet begrepen. Terwijl er veel berichten over moeilijk invulbare vacatures voorbij komen, lijkt het wel of het label 'in between jobs', je kansen op een goed gesprek alleen maar verlagen. Alsof je kwaliteiten na een paar maanden zonder baan, ineens weg zijn. Met Wekr willen we laten zien dat werkgevers en werkzoekenden gelijkwaardige partijen zijn op de arbeidsmarkt. De één kan niet zonder de ander.

Via Linkedin link ik graag met werkzoekenden.