We zijn weer terug in 2010. Kort daarvoor waren de grenzen opengegaan en sindsdien groeide het aantal arbeidsmigranten in rap tempo. Toen kwam de crisis en werden de arbeidsmigranten steeds meer ongewenste vreemdelingen. De ene wethouder sprak over een ‘tsunami van Oost-Europeanen’ en de minister zelfs over gedwongen terugkeer.

Vorige week kwam de gemeente Tiel in het nieuws. Er blijken zo’n 4.000 arbeidsmigranten te wonen en dat is meer dan gedacht. Ze zorgen voor dronkenschap en vechtpartijen en ze blijken niet allemaal in het dorp van Flipje te werken. Sterker nog, sommigen werken ‘zelfs op Schiphol’, aldus de burgemeester. Dus wil de gemeente minder arbeidsmigranten en een betere spreiding.

De negatieve beeldvorming van arbeidsmigranten lijkt weer terug. Op verschillende plekken en bij meerdere gemeenten. Laat er geen misverstand over bestaan, arbeidsmigranten kunnen lokaal voor problemen zorgen. Zeker als er sprake is van slechte, onveilige huisvesting, huisjesmelkers, over-bewoning of concentratie in verkeerde wijken.

Maar we hebben de arbeidsmigrant keihard nodig, ze zijn van grote economische waarde voor ons land. De aantrekkende economie, de tekorten op de arbeidsmarkt en de krapte op de Nederlandse woningmarkt hebben volgens het Expertisecentrum Flexwonen inmiddels gezorgd voor een tekort aan woningen voor 100.000 arbeidsmigranten.

In 2011 publiceerde de parlementaire onderzoekscommissie onder leiding van toenmalig Tweede Kamerlid Ger Koopmans het rapport Lessen uit recente arbeidsmigratie met de oproep aan de uitzendbranche om tot adequate certificering van huisvesting (SNF) te komen. In hetzelfde rapport zat de oproep aan gemeenten om lokaal huisvestingsbeleid te ontwikkelen en het aanbod aan woonvoorzieningen te vergroten.

Een jaar later tekende de ABU, samen met minister Spies, VNG, AEDES, vakbonden en een keur aan wethouders en burgemeesters de Nationale Verklaring tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten. Die bekrachtigde deze oproep met de gezamenlijke doelstelling ‘te zorgen voor kwantitatief en kwalitatief voldoende aanbod van huisvesting’.

Die gezamenlijke afspraak staat wat de ABU betreft nog steeds. Goed om alle nieuwe wethouders daar op te wijzen.

Directeur ABU (Algemene Bond Uitzendondernemingen)

Drs. J.H. (Jurriën) Koops is sinds 2014 directeur van de ABU. Hij is verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding aan de organisatie. Koops studeerde Algemene Economie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en begon zijn carrière als beleidsadviseur bij CNV Bedrijvenbond. In 1999 maakte hij de overstap naar Start, waar hij werkzaam was als Senior consultant Business Development. In 2002 begon hij bij de ABU als coördinator Team Arbeidsvoorwaarden en Juridische Zaken. In 2009 werd hij benoemd tot adjunct-directeur en in 2012 tot directeur Sociale Zaken. Sinds 2014 is hij directeur van de ABU. Naast zijn reguliere werkzaamheden vervult hij diverse bestuurslidmaatschappen, zoals voorzitter STOOF (Stichting Opleiding & Ontwikkeling Flexbranche) en bestuurslid SNCU (Stichting Naleving CAO Uitzendkrachten) en hij is namens de ABU lid van de Eurociett Board.