door Wilma Westendorp

Vandaag kreeg ik een column onder ogen. Van Ton Korver, econoom. De openingszin: “Als gevolg van doelbewust overheidsbeleid kent onze arbeidsmarkt een structureel overaanbod aan personeel.” Verderop in het artikel trekt hij de vergelijking tussen de arbeidsmarkt en het spelletje “stoelendans”. Ach ja; jeugdherinneringen. Wat heb ik als kind dit spel vaak gespeeld op verjaarspartijtjes. Soms won ik, soms was ik de eerste afvaller en meestal viel ik middenin af. De ouders van de jarige waren scheidsrechter. Als je samen met een vriendje beide op één bil op een stoel terechtkwam, bepaalden die wie als eerste was gaan zitten. Ook hebben wij, op instigatie van de ouders, wel eens een gehandicapt vriendje laten winnen. Klaas glunderde! Hoe dan ook; na een paar speelrondes werden we allemaal getrakteerd op ranja en taart.

De overeenkomst tussen de stoelendans en de arbeidsmarkt is dat er mensen afvallen. Ach, natuurlijk is de één leniger en verdienstelijker dan de ander, maar pech of geluk speelt nog steeds een rol. Als ik in zoem op de beeldspraak zie ik verschillen met de stoelendans uit mijn jeugd. Toen waren de stoelen vergelijkbaar. Nu zie ik verschillende soorten: zeer comfortabele fauteuils, goede keukenstoelen, maar ook: gammele krukjes. De catering vindt tijdens het spel plaats en niet daarna. Vaak worden de fauteuils bezet door heren die bestellen wat ze willen: dure cognac, kaviaar. De mensen op de keukenstoelen doen het met taartjes en goede wijn. De krukjes- mensen krijgen af en toe een plak cake en een goedkoop slobberwijntje. De individuen die afgevallen zijn staan op de achtergrond en krijgen soms een droog Mariakaakje toegeworpen.

Wat opvalt, is dat niet iedereen mee hoeft te doen aan de stoelendans. De comfortabel gezetenen blijven zitten waar ze zitten. De mensen op de keukenstoel worden wel eens verplicht mee te doen. Maar, voor de mensen op de krukjes is er telkens een nieuwe ronde met het gevaar dat je op de achtergrond terecht komt met een kaakje. De scheidsrechters zijn niet meer zo objectief. Men heeft een voorkeur voor bepaalde deelnemers, en dat zijn niet zoals Klaas, de achtergestelden.

De moraal van dit verhaal; de spelregels van de stoelendans zijn niet eerlijk!

Als socioloog stel ik graag de vraag: “wie heeft hier belang bij?” Allereerst de werkgevers: wat is er mooier dan bij een vacature te kunnen kiezen uit 'tig' kandidaten? En: werkgevers kunnen huidige medewerkers chanteren; “voor jou tien anderen”. En wat te denken van de belangen van recruiters en re-integratiebureaus? En die van de uitzendbureaus die floreren bij al die krukjes? De medewerkers van de sociale dienst houden een baan over aan de verdeling van en de controle op de Mariakaakjes.

Mijn solidariteit gaat uit naar de muurbloempjes die, kauwend op hun biscuittje, naar het spel kijken. En naar de stakkers die om de krukjes vechten. Het zijn deze mensen die hun zelfrespect verliezen. Die ziek worden. En depressief. Die misschien wel zelfmoord plegen. Deze mensen moeten de handen ineen slaan. De spelregels kunnen we namelijk zelf aan de orde stellen! Laten we de privileges van de fauteuilklever aan de orde stellen. Laten we aandringen op het opknappen van de krukjes. En op het bijzetten van stoelen.

Dit artikel verscheen eerder in de Leeuwarder Courant

Ook een blog insturen?

Wilma Westendorp

Socioloog, romanist, muurbloempje

Beetsterzwaag

Wilma op LinkedIn