door Jo Janssen

Of: “over tussenwerkers en labbekakken”

In 2010 raakte ik mijn baan kwijt. Na wat mislukte sollicitaties (“O, u ziet er nog jong uit voor 50 jaar…”) koos ik het pad van de ZZP-er. Nu, 6 jaar later, ben ik deels teruggekeerd in loondienst. Met een tijdelijk contract. Het bleek een wonderlijke tocht, die mij achterlaat met een soort permanente identiteitscrisis. Want: wat ben ik nu? ZZP-er? Ja, nog steeds. Werkende? Op dit moment ook. Werkzoekende? Zou binnenkort zo maar weer kunnen. Flexwerker? Voor wat betreft het ZZP deel zeker. En laten we eerlijk wezen: een tijdelijk contract is flex. En vast, is dat niet gewoon “wat langer tijdelijk”? Het heeft even geduurd voordat ik voor mijzelf een juiste benaming voor mijn huidige arbeidsmarktstatus kon vinden. Welnu, sinds kort noem ik mij een “tussen­werker”. Als ik om mij heen kijk, vormen alle tussenwerkers bij elkaar de grootste groep op de arbeidsmarkt. UWV-bakken zijn immers tot aan de rand gevuld met mensen met “vaste” banen. Werknemers van banken en detail­handels­­ketens hadden allen “vaste” banen. Niet dus. CBS cijfers laten zien dat werkzoeken­den zelden meteen een “vaste” baan voor onbeperkte tijd krijgen. En hoewel volgens Paul de Beer, bijzonder hoogleraar arbeidsmarkt­verhoudingen Universiteit van Amsterdam, mensen tegenwoordig minder vaak van baan wisselen dan 20 jaar geleden: 2 miljoen flex­werkers weten bij god niet waar ze komende jaren aan toe zijn. Flex? Vast? Kortom, arbeid anno nu hangt van relativiteit in elkaar: bijna elke Nederlander is in 2017 een potentiële tussenwerker. Welkom, lotgenoten!

Overleven als tussenwerker

Is dat een probleem? “Nee”, kans op werk is groter dan voor de crisis. De economie bloeit en u kunt zo als tussenwerker aan de slag. Flex, vaak. “Ja, een groot probleem”, omdat de realiteit van de tussen­werker binnen onze verzorgingsstaat op bureaucratie en zelfs onrechtvaardigheid stuit. Het probleem is namelijk niet vast of flex maar overleven tussen werkzame periodes. Neem mijn eigen bestaanszekerheid, zogenaamd gegarandeerd door verzekeringen, uitkeringen en toeslagen. Deze zijn bedacht vanuit het perspectief van de vaste baan. Belandt u echter vanuit een korte of flexibele dienstbetrekking in een uitkering, zakt u na enkele maanden door de WW heen richting bijstand. Verdient uw partner voldoende of was u ZZP-er, is ook bijstand niet mogelijk. Hetzelfde geldt voor de net ingevoerde transitie-uitkering. Te kort gewerkt, dan geen transitie-uitkering. Bij onwil van de werkgever moet u trouwens zelf achter die transitie-uitkering aan en daar heeft u vaak geen energie voor omdat u acuut op zoek moet naar betaald werk. Bijverdienen dan maar? In mijn periode als ZZP-er bleek dat de Nederlandse overheid ondernemerschap door werkzoekenden flink blokkeert. Iets proberen en verdienen naast een uitkering is vrijwel onmogelijk, tenzij u burgerlijk ongehoorzaam bent en de grenzen opzoekt. Krijgt u als tussenwerker toeslagen, grote kans dat u die na definitieve fiscale vaststelling alsnog mag terugbetalen, helaas vaak in een jaar wanneer u juist minder verdient.

De werkende arme

Deze situatie kennen we sinds de NUG-er (niet-uitkerings­gerechtigde) zijn intrede deed. Al in 2009 verzucht Paul de Beer in een artikel van Sandra Olsthoorn. ‘Er ontstaat een grote groep die tussen wal en schip valt.” Olsthoorn: “Volgens de Raad voor Werk en Inkomen zijn 1,3 miljoen mensen in Nederland zonder werk, school of uitkering. Omdat NUG-ers nergens als zodanig staan geregistreerd, is eigenlijk heel weinig over deze groep bekend. Het CBS schetste al in 2005 in heel algemene termen hoe deze groep eruitziet. Zo is driekwart van de niet-uitkeringsgerechtigden vrouw, evenveel wonen samen of zijn getrouwd. Ongeveer één op de tien NUG-ers is een thuiswonend kind, de helft van alle NUG-ers is 45 jaar of ouder. (…) Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de reïntegratie van niet-uitkerings­gerechtigden die aan het werk willen. Gemeenten hebben weinig animo getoond om er echt werk van te maken.” Gevolg: 1 maart 2016 meldt FD dat 600.000 Nederlanders minstens 3 jaar in armoede leven. Daaronder veel tussenwerkers: de helft van de langdurig armen werkt vaak flex.

De probeerbonus

Hoe organiseren we meer bestaanszekerheid voor tussenwerkers? Een groot deel schiet niets op met het idee dat verlaging van belasting op arbeid meer vaste banen oplevert. Flex blijft. Uitkeringen verlengen is qua staatsbegroting ook geen optie en voor een basis­inkomen bestaat te weinig draag­vlak. Beide opties zijn ook niet wenselijk: zonder maatschappelijk actief betrokken te zijn wordt een mens ongelukkig en gaat gekke dingen doen. Er is verder een kleine groep die bewust de kantjes ervan af loopt. Liever geen gratis geld dus. De Participatiewet lost ook niks op, werken zonder extra beloning werkt vaak letterlijk niet. Bijverdienen vanuit een uitkering mag bijna niet, een NUG-er valt buiten de Participatie­wet en de ZZP-er heeft geen publiek vangnet. Maar: economie gaat over samenwerken. Ik pleit daarom voor invoering van de “probeerbonus” binnen de Participatiewet. Een bonus die zorgt dat u pro­actief werkt aan mogelijkheden om uw talenten in te zetten als parttimer, ZZP-er, NUG-er, whatever. Dat kan prima door (al dan niet samenwerkende) gemeenten worden opgepakt. De probeer­bonus­aanvraag voor de gemeente Juinen kan er ongeveer als volgt uitzien:

Vraag 1: zoekt u (on)betaald werk?

  • Ja? U krijgt van ons een probeerbonus en wellicht een uitkering. Ga door naar vraag 2.
  • Nee? U krijgt van ons een uitkering. Ga door naar vraag 3.

Vraag 2: wat gaat u proberen?

U ontvangt van ons de inloggegevens van uw virtuele intercedent. Omschrijf daarin uw plan. Zorg ervoor dat u uw talent zowel als werknemer en als ZZP-er kunt inzetten. Na inzending neemt uw personal probeercoach binnen 5 werkdagen contact met u op over welke praktische aanpak, scholings­- en trainingsmogelijkheden u in uw situatie kunt overwegen. Alvast succes gewenst!

Vraag 3: geef de reden aan van uw werkweigering

  • Is de reden ziekte, zorgplicht of bent u maatschappelijk actief? U krijgt de volledige uitkering.
  • Bent u labbekak? U krijgt driekwart uitkering voorlopig voor 1 jaar.”

U leest het goed: ik pleit voor samenvoegen en deels inperken van WW én Bijstand. Rijmt dat met be­staans­­zekerheid? Ja, ten eerste moet het geld voor de probeerbonus ergens vandaan komen. Daarover straks meer. Ten tweede heet de probeerbonus ook niet voor niets bonus: u wordt beloond om iets te proberen (en wordt logischerwijs niet beloond als u niets probeert). Dit insluitingseffect door gebrek aan urgentie is wetenschappelijk aangetoond en nu zichtbaar in de bankencasus: slechts 20% vindt werk. Ten derde: we hebben iedereen van goede wil hard nodig om Nederland draaiende te houden. In Zuid-Limburg waar ik woon, begint de vergrijzing en krappe arbeidsmarkt nu langzaam maar zeker een serieus punt te worden. Overigens is zo’n verlaging al eerder gebeurd. De WW werd in 2006 al ingekort, als extra prikkel om te proberen aan het werk te gaan. Een probeerkorting dus.

vervolg rechterkolom

Werkzoekend?

Maak Wekr profiel aan

Jo Janssen

Communicatie, redactie, webredactie, social media

Jo op LinkedIn


vervolg

Uitkeringen verlagen? Revolutie!

Ik mag u gerust stellen: er verandert vrijwel niets. Niet gesolliciteerd? Dan wordt u nu ook al gekort. De uitkeringspraktijk is ook nu al zo ingericht dat óf de uitkeringsduur kort is óf het bedrag laag. Voor de tussenwerker geldt zelfs allebei en die is nu al gedwongen creatief te zijn om te overleven. Omdat de economie aantrekt, kan dat ook: er is werk genoeg. Misschien niet het werk dat u gewend was, maar ja: “the times they are a changing”. Moeite met het verzinnen van uw eigen probeerplan? Geen probleem, werkzoekenden pakken dit steeds vaker groeps- en projectgewijs aan. Functioneert veel beter dan praatsessies met uitkeringsinstanties of het verplicht verzamelen van afwijzingsbrieven. U kunt natuurlijk ook praten met het werkgeversservicepunt, een samenwerkings­verband van gemeente en UWV. Vooralsnog niet overal een succes: het rapport “Werkgevers­perspectief” van de Inspectie SZW meldt dat werkgevers uitzendbureaus veel toegankelijker vinden. Gemeenten en UWV komen te vaak met kandidaten aan die niet matchen met de baan. Het ontbreekt vaak aan voorwerk, maatwerk en intensief contact, de 3 sleutels tot werk. Als UWV haar WW-arbeidsmarkttaken over zou hevelen naar gemeenten zou zo’n maatwerktraject naar werk mogelijk worden in plaats van 2 losse trajecten. Eigenlijk hoeven maar enkele zaken écht te veranderen: enkele bureaucratische barrières schrappen én er moeten wat bestaande potjes worden herverdeeld om zo de tussenwerker van bestaans­zekerheid te voorzien en niet van lapmiddelen achteraf zoals schuld­hulpsanering.

Help, we hebben een paar miljard extra!

Iedereen die met een probeerbonus werkt of onderneemt en zo waarde toevoegt, betaalt be­lastingen. Ik heb nog nooit zoveel soorten belasting betaald dan als ondernemer. In tegenstelling tot sommige lotgenoten die, wegens armoedeval, liever in de uitkering bleven en fiscaal niets toe­voeg­den. Totdat hun laatste kwartaal WW was aangebroken en er bij hen alsnog paniek uitbrak. Vandaar: hooguit een (half) jaar WW en daarna onbeperkt bijstand. Kan dat? Het moet, als wij de bestaans­zekerheid van Maslow serieus nemen. Ik kom uit op een paar miljard extra inkomsten van al die wer­kers met probeerbonus, verder 2 miljard die we over houden van arbeidsmigratie plus een paar miljard aan versnipperde scholingsfondsen én transitievergoedingen, dan is zelfs wat over voor een natio­naal scholings­fonds of basis­verzekering voor iedereen. Er moeten wel wat zaken overboord:

  • geen toegang tot scholing voor een NUG-er en vaak onjuiste scholing voor mensen met uitkering;
  • het al na een half jaar beëindigen van ondernemende experimenten door uitkeringsinstanties;
  • het verbod tot in redelijkheid bijverdienen met een uitkering;
  • de sollicitatieplicht middels brieven en de controle op het naleven van die sollicitatieplicht.

Ook de noodzakelijke rol van de overheid als publieke werkbemiddelaar lijkt logisch maar is dat niet. Al in 2011 werd dit door De Beer en van Gestel onderbouwd in “Het hervormingsmoeras van de verzorgingsstaat”. Zo is het UWV nog niet lang verbonden met de Centra voor Werk en Inkomen (CWI), voorheen arbeidsbureaus. Ronald Dekker stelt in “Arbeidsmarkt draait ook zonder publieke arbeidsbemiddeling”, Me Judice, 19 april 2013, dat de publieke arbeidsbemiddeling zelfs geheel kan verdwijnen. Ferdinand Graperhaus, hoogleraar arbeidsrecht, stelt in FD 9 februari 2016 dat beleid en wetgeving moeten worden afgestemd op de praktijk en niet op oude belangen en vermolmde instituties. Peter van Lieshout, hoogleraar maatschappij­weten­schap­pen universiteit van Utrecht, vermoedt in een FD column in 2016 dat het met vernieuwend sociaal beleid net zo gaat als met het ooit muffe thema duurzaamheid. Sociaal beleid wordt straks vooral door het bedrijfsleven getrokken.

Nieuwe ronde, nieuwe verkiezingen

Welke beweging richting probeerbonus zien we bij de verkiezingen 2017? Al sinds december 2015 vindt de “grote coalitie” VVD, D66, PvdA en CDA (die de meerderheid in de Eerste Kamer heeft) elkaar, bijvoorbeeld in de begroting 2017 en over meer fiscale verschuiving naar gemeenten. Verder: D66 en Groen Links willen uitkeringen koppelen aan meer kansen, vooral door bijscholing. Dat laatste vindt ook 50Plus. Minister Asscher had al in de Werk en Zekerheid (WWZ) de transitie­vergoeding willen ver­plichten voor alle (!) dienst­verbanden. CDA, D66 en Groen Links hebben de wens om het tweede, tijdelijke contract een langere looptijd te geven van bijvoorbeeld 3 of 5 jaar. CDA-Kamerlid Pieter Heerma stelt dat mensen dan niet meer, zoals de WWZ aanmoedigt, na 2 jaar weer op straat staan. Sociale partners plus CDA, D66 en inmiddels ook VVD stellen dat de huidige vorm van de WWZ onzekerheid bevordert: vooral uit concurrentie­overwegingen worden weinigen in dure vaste dienst genomen. Vrijwel alle partijen willen daarom de lasten op arbeid omlaag, iets doen aan het tweede jaar loondoorbetaling bij ziekte én een gelijk speelveld voor werk­nemers en ZZP-ers. Het afschaffen van belastingvoordelen voor ZZP-ers die nu net rondkomen, lijkt echter appels met peren vergelijken. Hoe dan ook: lagere fiscale lasten op arbeid, een WWZ met een driejaarscontract én een individueel rugzakje (ook voor NUG-ers!) in de Participatiewet gekoppeld aan eigen initia­tief, training, bijscho­ling en aanvullend onder­nemer­schap steunen het idee van de probeer­bonus. Niet het Finse basis­inkomen dus maar een aangepaste Deense Flexicurity. En nu? Als aanzetje kan elke tussen­werker het onderstaande mailtje aan onze huidige (en vermoedelijk ook nieuwe) premier sturen: “Meneer Rutte. Graag betaal ik komend jaar ongeveer 15.000 euro extra aan de fiscus, maar uw collega bij sociale zaken maakt mij dat erg lastig. Wel vindt hij het blijkbaar fijn mij eventueel een vergelijkbaar bedrag aan uitkering e.d. te geven. Ik en mijn collega tussenwerkers willen echter werk én graag een paar miljard euro bijdragen. Mocht u twijfelen, in Duitsland pleiten Siemens en Sap al voor zo’n rugzakje voor mobiliteit in plaats van een sociaal stelsel rond vaste baan. Oostenrijk kent dit nu al. In Nederland willen werkgevers ook al langer een individueel probeerpotje vullen met gelden uit WW, transitie­vergoeding en de O&O scholingsfondsen. Mogen wij dit de komende 4 jaar eens proberen?”