Wekr Jo Janssen & Janssen

door Jo Jannsen

.

OF: REKENEN VOLGENS SCHOPENHAUER

Minister Asscher wil betere rechten voor flexwerkers zoals ZZP-ers. Een wetsvoorstel (Beschikking Geen Loonheffing) ketste april 2015 af en werd vervangen door een meer genuanceerd voorstel (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) dat voorjaar 2016 behandeld wordt. Gelijktijdig hecht het kabinet aan het recht op zinvol werk voor iedereen. Hoe zit dat nu met die gelijke rechten?

Vast en flex​

Al had de fiscus het graag anders gezien, in 2015 is de groei van vast werk alweer gestopt. Hoewel er vooral bij starters en bij senioren behoefte is aan een vaste(re) baan, schiet dat niet op. Ook voor 2016 en 2017 lijkt er geen schot in te zitten. Het aantal ZZP-ers neemt echter wel sinds 2001 toe, de laatste jaren gemiddeld met 40.000 tot inmiddels 10% van de werkzame beroepsbevolking. Daarnaast steeg ook al het aantal werknemers met een flexibele arbeidsrelatie van 12% tot 16%. Daarmee heeft een kwart van de Nederlandse beroepsbevolking geen “vast” contract meer. Arjan van den Born (hoogleraar Universiteit Tilburg) denkt zelfs dat dat nog zal verdubbelen. Als het aantal mensen met een vaste baan in een vergelijkbaar tempo afneemt, zitten we al over 10 jaar op een nagenoeg gelijke verdeling flex-vast. Ton Wilthagen (hoogleraar Universiteit Tilburg) concludeert al dat het vaste arbeidscontract slechts gedurende een korte fase van 150 jaar dominant zal blijken.

Meer werk

Hoeveel arbeid hebben we eigenlijk nog nodig? De Europese Commissie concludeert november 2015 dat Nederland terug is op het niveau van voor de crisis. In 2008 hadden 8,28 miljoen Nederlanders een baan, in juli 2015 8,21 miljoen. Per saldo zijn kortom niet veel banen vernietigd, er zijn gewoon meer mensen die willen werken. Concreet: begin 2016 willen ruim 600.000 mensen aan de slag. Een groot deel daarvan is 45+. Velen van hen overwegen het ZZP-erschap bij gebrek aan alternatieven. De huidige ZZP-groei blijkt echter een hoofdpijndossier. SZW en Financiën willen met name van de onderkant van de ZZP-groep af door de zelfstandigenaftrek af te schaffen. Nu is er een post van 1,7 miljard aan zelfstandigenaftrek (in 2001 was dat nog 810 miljoen). Zelfstandigenaftrek, startersaftrek en MKB-winstvrijstelling kosten de overheid samen 3 miljard per jaar. Echter: schaf je dit af, glijdt een groep af naar de bijstand en verschuift de post van Financiën naar SZW. De grote groep ZZP-ers met een jaarinkomen rond 20.000 euro kan een fiscale lastenverzwaring van 200 à 300 euro per maand kortom niet opbrengen en zal moeten stoppen met werken. Dat lijkt meer krom dan recht.

Recht op zekerheid

Er is nog een recht dat enig geweld wordt aangedaan: flex botst met zekerheid. In Nederland zijn werknemers met een vast contract veel beter beschermd dan flexwerkers. Onder andere leidt dit verschil tot bodemtarieven voor flexwerk. De OESO vindt al jaren dat dit rechtvaardiger moet. Ferdinand Grapperhaus, kroonlid SER, pleit tevens voor een sociaal vangnet voor met name ZZP-ers. Zelfstandigen moeten dezelfde verplichte verzekeringen voor arbeidsongeschiktheid en pensioen hebben als werknemers, schrijft ook Maarten Camps, hoogste ambtenaar op economische zaken in economietijdschrift ESB. Hij pleit voor een sobere basisvoorziening met optie zich bij te verzekeren. Hij pleit gelijktijdig voor het afbouwen van de belastingvoordelen voor ZZP-ers. Een rechtvaardige collectieve verzekering ongeacht flex of vast werk lijkt er deze kabinetsperiode nog niet te komen.

Veranderende arbeidsmarkt

Minister Asscher wilde met de Wet Werk en Zekerheid en de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties een eerlijkere arbeidsmarkt bewerkstelligen. Hoogleraar Ton Wilthagen stelt dat deze wetten het verkeerde antwoord zijn op de veranderende arbeidsmarkt. “Pas je je niet aan aan de nieuwe economische realiteit, drijf je af naar een Angelsaksisch model van zelfredzaamheid.” Jurrien Koops (Algemene Bond Uitzendondernemingen ABU): “De politiek moet duidelijk maken dat de onzekerheid op de arbeidsmarkt blijvend is”. Rob de Laat (Staffing MS): “Overheidsmaatregelen die de inhuur van flexibele arbeid ontmoedigen versnellen het proces van verregaande automatisering”. Pieter Gautier (hoogleraar VU Amsterdam) stelt al in augustus 2013 in Elsevier dat het probleem niet meer bij de flexwerkers ligt, maar bij de rest. De huidige wet(svoors)t(ell)en gaan volgens velen dus niet zorgen voor gelijke rechten. Voorjaar 2016 wordt de Wet Werk en Zekerheid al geëvalueerd. De Wet Deregulering Arbeidsrelaties komt ook rond die tijd in stemming. Verder wil Asscher voorjaar 2016 met plannen voor het UWV komen, onderzocht wordt o.a. een fusie met SVB. Het moment lijkt rijp voor aandacht voor een meer inclusieve aanpak van het recht op werk voor iedereen.

Hoe dan wel?

Zijn er hervormingen denkbaar? Qua budget zeker, er staan meer knoppen ter beschikking dan enkel de zelfstandigheidsaftrek. Ten eerste bij het uitkeringencircus. 1,5 miljoen mensen aan de kant kost 15 miljard aan uitkeringen volgens Rene Paas, voorzitter Divosa. Tweederde van hen kan aan het werk en daaraan besteden we nu nog 6,5 miljard per jaar, onderzocht Rutger Bregman. Dat gaat vaak op aan controle en bureaucratie of aan netwerkavonden en sollicitatietrainingen. UWV heeft geen geld voor baancreatie en weinig geld voor opleidingen, behalve via samenwerking met opleidingscentra en werkgevers. Vreemd: Nederland loopt al jaren achterop in internationale vergelijkingen over scholing van werknemers en werkzoekenden en toch telt hoogleraar Marktwerking Baarsma 1400 scholingspotjes. Ten tweede valt er bij de fiscus nog wel iets te winnen: 4 op de 10 medewerkers van de fiscus zijn bezig met controle. Nederland blijft aan de OESO het antwoord schuldig wat dat oplevert en dus ook wat het onder de streep kost. Staatssecretaris Wiebes automatiseert het fiscaal handwerk nu. Trouwens: een deel van het geld voor banenplannen wordt gebruikt voor fiscale loonkostensubsidies. Kan belasting op arbeid dan niet beter omlaag? Ten derde kan het ook bij gemeenten best effectiever. Nederland krijgt vanaf 2014 voor 7 jaar 0,5 miljard ESF-gelden om werkzoekenden te ondersteunen. Dat komt vooral bij gemeenten terecht. Ook schaalvoordelen worden nauwelijks benut: 1 miljard per jaar kan het kabinet structureel bezuinigen op lokale overhead. Gemeenten die fuseren tot minimaal 100.000 inwoners krijgen een opschalingskorting. Ten slotte: mensen worden na 30 dagen werken uitgeschreven en bij herinschrijving wordt het gemeentelijk administratief proces opnieuw doorlopen. Wethouder Florijn van Rotterdam denkt daarom aan een nulurenbijstand voor iedere gemeente-inwoner. Prima idee.

De nulurenondernemer

Budget lijkt er dus te zijn, maar nieuw werk? “Denken begint waar het rekenen ophoudt”, stelt de Duitse filosoof Schopenhauer (die opgroeide in een koopmansfamilie met Hollandse wortels). Duidelijk is dat de markt zich niet voor de gek laat houden, het roer moet om. Dat kan door als uitgangspunt te nemen dat flex straks écht de helft van de arbeidsmarkt omvat in plaats van die ontwikkeling te ontkennen. In die hoek moeten we dan ook nieuw werk gaan zoeken. Dat kan door zaken met elkaar te verbinden. Wat als we bijvoorbeeld werkzoekenden gelijkstellen aan opdrachtnemers? Kortom: we creëren de hybride werkzoekende. Of beter: de nulurenondernemer.

Enkele tips voor minister Asscher voor zijn Plan van de Arbeid revisited:

  • laat uitkeringsgerechtigden gaan ondernemen naast een uitkering (nu is dat nog: in plaats van een uitkering, dat botst met de behoefte aan bestaanszekerheid);
  • besteed als overheid diensten uit aan deze nulurenondernemers (analoog aan de Participatiewet, er is genoeg maatwerk te bedenken door werkzoekende zelf);
  • laat de flexibele schil vooral ook bij de overheid groeien (er zijn evenveel ambtenaren als zelfstandigen (ca 1 miljoen) maar er is weinig flex bij overheid);
  • reserveer of creëer een lokaal budget hiervoor (middels lokale besparingen, lastenverlichting en heffingen);
  • beloon de nulurenondernemers (loon naar werk is een psychologische behoefte, het houdt ons geestelijk gezond).

En verder:

  • handhaaf de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) die per 1 januari 2016 van kracht is (daarmee heeft de fiscus nu al middelen om betere rechten voor flexwerkers te bereiken);
  • zorg voor nieuwe wetgeving die overeenkomsten van arbeid en opdracht met elkaar verbindt (opdrachtovereenkomsten horen op dit moment niet tot het arbeidsrecht);
  • omarm de negatieve inkomstenbelasting. Onder een bepaald inkomen betaal je geen belasting meer, maar krijg je juist geld van de belastingdienst. Zodra je weer meer geld verdient, wordt dit basisinkomen geleidelijk wegbelast. Zo is er altijd een vloer waar je niet doorheen kunt zakken;
  • koppel het berekenen van al die inkomsten bijgemeenten, UWV, SVB en fiscus (laat re-integratiemedewerkers faciliteren in plaats van controleren);
  • zorg voor nieuwe wetgeving die overeenkomsten van arbeid en opdracht met elkaar verbindt (opdrachtovereenkomsten horen op dit moment niet tot het arbeisrecht);
  • verplaats arbeidsbemiddeling van UWV zoveel mogelijk naar gemeenten (bevordert maatwerk en de vorming van zelfhulpgroepen werkzoekenden: HBO naast LBO, 45+ naast jongeren).

Schopenhauer en Asscher

Gelijke rechten betekent volgens mij vooral ook gelijke kansen om te kunnen participeren in de maatschappij. Dat hoeft echt niet uitsluitend via een vaste baan. Nederland kan hierin een voorloper worden, flex en ZZP groeien hier nu al sterker dan elders in Europa. Vreemd genoeg wordt qua arbeidsmarktbeleid vooral ingezet op bevoordeling van vast werk. Deze op termijn onhoudbare spagaat, gekoppeld aan concurrentie over de grens en technologische ontwikkelingen, zal Nederland hoe dan ook dwingen haar arbeidsmarktbeleid ingrijpend te wijzigen. Hervormen kan prima binnen de huidige (en wellicht ook komende) politieke verhoudingen. Leiderschap draait immers om het mobiliseren en inspireren van burgers en die burgers willen gelukkig vrijwel allemaal aan de slag. Als we vertrekken vanuit het gelijk recht op werk voor iedereen en niet vanuit verouderde rekenmodellen is veel mogelijk. Schopenhauer, de eeuwige pessimist die niet wilde rekenen en die niet in vooruitgang geloofde maar wel in wederkerigheid, zou wel eens versteld kunnen staan. Minister Asscher, rechtsgeleerde van professie, zei al in zijn maidenspeech als nieuwbakken Amsterdams raadslid in 2002: “Juristen kunnen niet tellen”. Dat geeft de werkzoekende burger moed…

Jo Janssen

oprichter coöperatie VierWerk

PS: in een volgende blog een twintigtal best practices die, soms onder de vlag van burgerlijke ongehoorzaamheid, onder het huidige regime al gelijke kansen weten af te dwingen