Dit is een blog gewijd aan een krant, waarvan de hoofdredacteur verwoordt wat mij betreft regelrecht voor de communicatievakwereld mag gelden. Sta mij toe ruim te citeren, al was het maar omdat een samenvatting zijn betoog onrecht aandoet.

“….Ook de politiek heeft zich inmiddels volledig naar de wetten van de reclame-industrie gevoegd. Politici spreken ingefluisterd door spindoctors en communicatiestrategen voortdurend in soundbytes, stereotypes en clichés bedoeld om de beeldvorming naar hun hand te zetten. In talkshows en actualiteitenrubrieken wordt meer over, langs en door elkaar gepraat dan gedebatteerd. De schaarse spreektijd wordt bijna uitsluitend aangewend om punten te ‘scoren’ en jezelf te ‘verkopen.’ Verkiezingsdebatten zijn analoog daaraan, verworden tot populariteitswedstrijden in de geest van Idols: problemen worden teruggebracht tot simpele stellingen, antwoorden beperkt tot een oneliner en na afloop wijst de jury een ‘winnaar’ aan. Inhoudelijke onderbouwing van de standpunten is daarbij geen graadmeter meer.

Op soortgelijke wijze wordt ook de journalistiek op commercieel succes afgerekend in plaats van op maatschappelijke relevantie. Kijkcijfers, lezersaantallen en advertentie-inkomsten gelden als de onbetwiste criteria voor succes. Niet voor niets wordt de burger een ‘nieuwsconsument’ genoemd. De maatstaf is ‘Bereikt een medium een voor adverteerders interessante doelgroep’? Kranten, tijdschriften en nieuwssites gaan daardoor steeds meer lijken op de belevingswereld van hun publiek. Van belang is immers datgene waarin de doelgroep zich herkent of interesseert. Oftewel: meer lifestyle, meer BN-ers –en minder moeilijke vragen graag. Zoals de politiek meer een onelinercircus is geworden dan een arena van serieus debat, zo fungeert de journalistiek meer als geruststellende spiegel van de onbezorgde consument dan als kritische spiegel van de macht.

“Wij leven, kortom, in een wereld waarin politiek uit beeldvorming bestaat, journalistiek lifestyle is geworden en reclame onze identiteit bepaalt. Zo’n wereld vraagt om een krant die de waan van de dag oprecht probeert te overstijgen. Die geen uitzonderingen en uitglijers op de voorpagina zet, maar de structuren en de ontwikkelingen erachter laat zien. Die beweringen van opinieleiders niet zomaar optekent, maar consequent op onderbouwing toetst met fact checking. Die het medianieuws niet beperkt tot aankondigingen van nieuwe tv-shows en interviews met BN-ers, maar die de mediacratie analyseert. Die het nieuws niet indeelt in het jaren 80-schema van binnenland en buitenland, maar die de wereld door de 21e-eeuwse bril van netwerken en globalisering bekijkt. Die zichzelf niet als onfeilbare meneer ziet, maar openlijk verantwoording aflegt over keuzes en fouten.” Wg. Rob Wijnberg, hoofdredacteur nrc.next. Boven deze reclame stond als kop: Waarom deze reclame geen pakkende titel heeft.

Journalistiek versus communicatie en vice versa

Wat mij aanspreekt is de erkenning dat veel nieuws en informatie is verworden tot een constante poging leden of kijkers te werven. In het communicatievak staan we aan die kant van die gephotoshopte beeldvorming, althans zo willen journalisten nog al eens beweren. Dat is zo, maar zij zullen moeten toegeven dat als de media, de journalistiek zelf zich aangetast weet door die populistische epidemie het voor communicatoren in dienst van die politieke en commerciële organisaties vrijwel onmogelijk is tegengas te geven. Alsof ze in een achtbaan zitten, waarin geschreeuw eerder de vaart doet vermeerderen dan afremmen. Er wordt wel eens gesproken van een nieuwe ordening van de knows tegenover de know nots. Voor de laatstgenoemde groep geldt dat deze het allemaal teveel vindt worden. “Gooit het maar in mijn pet,’ zo zou je hun houding kunnen omschrijven. Als die groep groeit en zij is al niet gering, dan verliezen communicatoren de aansluiting met of het bereik van een stevig deel van de bevolking en in veel gevallen is dit natuurlijk wel degelijk een doelgroep van belang. De waarheid en de moraliteit vergen evenwel dat we vooral kritisch moeten blijven denken, lezen en luisteren, om de paplepel-maatschappij tegengas te geven en zo klein mogelijk te houden. Dat is waarom ik in mijn werkpraktijk in die achtbaan toch altijd probeerde in weerwil van de bochten een gesprek te blijven voeren. En sowieso de pers via volledige informatie met argumenten probeerde te wapenen tegen geruchten en valse beweringen. Het vervelende was, dat ik nooit zonder werk zat.

Nieuwe media

De ontwikkelingen in medialand maken het er niet gemakkelijker op. Een feit is, dat journalisten door de nieuwsjacht van media nauwelijks nog tijd hebben voor een afgewogen dialoog. Die tijdrace laat weinig ruimte voor gedegen onderzoeksjournalistiek. De Correspondent is een nieuwkomer die in dit gat springt, maar de know nots behoren niet tot de lezers. De moderne media – en vooral ook de lawine van individuele reacties – maken, dat het dagelijkse nieuwsplatform wordt ingenomen door deels serieus piepende individuen en deels verwaarloosbare schreeuwers, maar hoe stelt een serieuze journalist binnen een paar minuten vast wie wat is? Tweets en FaceBook laten zien dat mensen nog wel reageren op flarden, maar zeer sterk vanuit een vooropgezette mening, waardoor zij die informatiedelen oppikken die passen in hun straatje.

Ook journalisten die het actuele nieuws duiden komen in de knel. Duiden komt dan neer op een gewogen overzicht van gebeurtenissen, feiten en reacties en de journalistieke afweging wat wel of niet meer feitelijkheid inhoudt, Ga daar maar aan staan. Het is tijdens de afdaling van een snelle en complexe slalom onderweg per paaltje bepalen of het meer of minder bijdraagt aan de specifieke vereisten van de slalom en direct na de finish een weloverwegen, zo neutraal mogelijk oordeel geven vanuit de finishplaats. Het gaat communicatoren en journalisten over en weer aan bezinningstijd ontbreken. Dat doet afbreuk aan de waarde van informatie. In de gewaarwording hiervan kunnen journalisten en communicatoren elkaar vinden. Wijnberg constateert een gezamenlijk belang.

Bron: CommTop.nl

Ben Warner

(1946) is voorzitter van het bestuur van Stichting CommBat. Hij was 40 jaar stafhoofd Communicatie bij HBG, Gasunie en GasTerra. Warner was 10 jaar interim-bekleder bijzondere leerstoel Strategische Communicatie UvA en voorzitter Communicatie Contactgroep VNO-NCW. Schrijver van vier boeken over Communicatie: Verbonden Ietsigheid (2012); De zachte diamant (essays) (2012);Communicatie, een allemanszaak tussen strategie en gelegenheidsdenken (2013), Communicatie, wat een vak! (2014)

Board member: Groninger Art Council, UAF, Oerol Festival Terschelling, member Advisory Council Foundation Groninger Kerken.

Onderscheidingen (communicatieactiviteiten)

  • 2009: Ridder in de orde van Oranje Nassau;
  • Erepenning van de stad Groningen;
  • 2008 – Rus Prix Award vanwege bevordering goede betrekkingen Rusland-Nederland.

LinkedIn profiel Ben Warner